We zijn bezig de wilgen te knotten op ons tuinpark. Elke wilg komt om de twee jaar aan bod.
We doen ze om en om, dus het ene jaar de even nummers en het andere jaar de oneven nummers. Anders is het niet te doen, veel te veel en zwaar werk.

Een knotwilg is een wilg die enkele jaren na te zijn geplant, op circa 1,5 – 2 m hoogte wordt afgezaagd. Daarna wordt de boom regelmatig geknot door de nieuw uitgelopen takken weg te nemen. De verdikking aan de basis van de uitlopers vormt de knot waaraan de knotwilg zijn naam dankt.

Het aantal insectensoorten op wilgen is hoger dan op enige andere boomsoort. Mezen, spechten, uilen en eenden broeden er graag in. Tientallen plantensoorten groeien in de knotten, waaronder een schaarse soort als de eikvaren. Op dammen en langs wegkanten houden ze met hun uitgebreide wortels de oever vast. We maken er paaltjes, vlechtschermen, eendenkorven en takkenrillen van. Kortom, de schietwilg of knotwilg, Salix alba, is onze meest waardevolle boomsoort.

Een knotwilg kan zo’n vijftig jaar oud worden.