Klik hier voor het geluid van een jonge ransuil.

En dit is de roep van de jonge Ransuil op ons tuinpark.

Als het bijna donker is en de vleermuizen al een tijdje aan het vliegen zijn, dan kan je de roep van de jonge ransuil horen.

Een schel, hard geluid wat wel iets wegheeft van een piepende schommelstoel. Hoe ouder het jong, hoe meer het zich verplaatst en het geluid ’s avonds laat, of midden in de nacht, op verschillende plekken op het park te horen is. Met de zogenaamde bedelroep laat de jonge uil zijn ouders weten waar die is. In het begin was de jonge uil net een pluche knuffel, vol donshaartjes. Waarschijnlijk is hij nu zo’n 7 weken oud en krijgt het al een aardig uilen uiterlijk.

De jonge uil of wel takkeling genoemd, zit overdag in een boom tegen de stam aan. ’s Avonds  verplaatst het naar een tak en roept zijn ouders om gevoerd te worden.

Rond 3 weken oud verlaat het jong het nest en klimt met z’n klauwen in een boom in de buurt. Na 5 weken is het vliegvlug en dwarrelt van boom naar boom. Het jong wordt nog een aantal weken gevoerd door de ouders. Het eten bestaat uit voornamelijk muizen. Ransuilen broeden vaak in een oud kraaien- of eksternest. Het liefst in naaldbomen, maar een loofboom of zelfs struik kan ook. Kenmerkend van de ransuil zijn de rechtopstaande oorpluimen. De naam ransuil komt  van het Middelnederlandse woord ‘rans’ dat muts betekent. Een volwassen ransuil  heeft een lichaamslengte van ca. 35 cm en een spanwijdte van maar liefst 90 cm. De ransuil staat op de rode lijst van beschermde broedvogels in Nederland.

Meer info over de ransuil.