Artikel uit de Volkskrant van 6 januari 2021

Tip tegen de winterdip: de natuur staat volop in bloei. Met dank aan de warme winters. De
deelnemers aan de jaarlijkse ‘Eindejaars Plantenjacht’ riepen het madeliefje unaniem uit tot winnaar.

JEAN-PIERRE GEELEN
De bijna negenhonderd tellers die vorige week meededen aan de jaarlijkse ‘Eindejaars
Plantenjacht’ van onderzoeksinstelling Floron noteerden maar liefst 624 verschillende
soorten winterbloeiers op hun zoektochten. Daarmee is dit seizoen het tweede topjaar,
achter 2015, toen 735 soorten werden geteld.

De meest getelde bloeiende plant is het madeliefje, de Bohemian Rhapsody van deze
eindejaarslijst: sinds de eerste telling in 2013 is het plantje steevast goed voor de
topnotering, ruim 1.300 keer geteld. Ook nummer 2 op de eindlijst, straatgras, is een oude
bekende. Opvallender noemt Stef van Walsum, projectmedewerker van Floron, de
nummer 3: het klein kruiskruid. Die stond meestal op plaats 6 of 7, maar is erg in opkomst.
‘Dat die dit jaar zoveel in bloei is gezien, is echt heel opmerkelijk’, aldus Van Walsum.
De top-3 wordt gevolgd door respectievelijk vogelmuur (een eenjarige uit de anjerfamilie)
en het herderstasje (een kruisbloemige die vaak wordt beschouwd als onkruid;).
Opvallende stijger in de lijst is ook de Canadese fijnstraal, die 797 keer werd gezien. De
soort komt van oorsprong uit Noord-Amerika en is in de 18de eeuw ingeburgerd.
Sindsdien neemt die sterk toe in Europa.

Stadsplanten
De meeste planten uit de top-10 zijn stadsplanten. Net als mensen lijken wilde planten ook
de stad op te zoeken. Daar is meer warmte en beschutting dan in de wilde natuur, waar je
volgens Van Walsum na een uur wandelen nu hooguit zo’n vijf verschillende bloeiers
aantreft. In de stad vind je er al snel een stuk of dertig, vooral tussen stenen en op
omgewoelde stukjes grond.

De Plantenjacht wint aan populariteit: dit jaar wandelden negenhonderd tellers
(honderdvijftig meer dan vorig jaar) tussen Kerst en 3 januari hooguit een uur in een
gebied naar keuze en leverden hun gegevens aan Floron. De onderzoeksinstantie
gebruikt de gegevens uit deze burgerwetenschap; om analyses te maken van
klimaateffecten op planten.

Vroegeling
De reden van het groeiende aantal winterbloeiers laat zich raden: de warme winter, ofwel
het uitblijven van serieuze (nacht)vorst tot nu toe, net als in 2015. ‘Daardoor zijn veel
planten gewoon doorgegaan met bloeien’, aldus Van Walsum. Het is ook de reden
waarom al veel voorjaarsbloeiers werden gezien, zoals het sneeuwklokje, speenkruid en
vroegeling.

De grote vraag is of dat erg is, voor de plant in het bijzonder of voor de natuur in het
algemeen. ‘Dat weten we nog niet zo goed’, erkent Van Walsum. ‘We zijn geneigd te
denken dat een plant in het voorjaar een achterstand oploopt wanneer die in de winter nog
zoveel energie heeft verbruikt. Maar tot nu toe merken we dat nog niet in de
waarnemingen. We zien nog geen nadelen voor de afzonderlijke planten. Bij klimaateffecten horen wel altijd verliezers.’

Van Walsum: ‘Planten als Zweedse kornoelje of de kleine keverorchis waren al zeldzaam, hooguit te zien op de Waddeneilanden of in Drenthe, maar die hebben het inmiddels te warm gekregen hier.’
Wie winterbloeiers wil zien, moet er oog voor krijgen. Niet alle planten staan in vol ornaat
te pronken met een grote felgekleurde bloem. ‘Veel planten zien er in de winter wat
verfomfaaid uit’, zegt Van Walsum. Pas als je goed kijkt en voorzichtig een beetje peutert,
zie je kroonbladeren zitten en blijken ze te bloeien. Het zijn vaak kleine plantjes, zoals
straatgras, die je gemakkelijk over het hoofd ziet. De beste teller noteerde in Hoek van Holland 77 winterbloeiers. De resultaten van de ‘Eindejaars plantenjacht’ staan op Floron.nl.