De zwanenbloem


Alle planten maken deel uit van grote of kleinere plantenfamilies. Maar er is één plant die op zichzelfeen hele familie vormt. De Butomus Umbellatus, of zwanenbloem, is de enige plant van het geslacht Butomus. Er zijn geen ondersoorten. Niks grote of kleine, witte of paarse, enkele of dubbele zwanenbloem; voor zover bekend is er maar één.
De zwanenbloem groeit in ondiep, voedselrijk water, met een kleiachtige bodem. Hij bloeit van juni tot augustus, met rose bolronde bloemschermen. De bloemstengel kan meer dan een meter hoogworden. Het is geen plant die woekert, of open water dichtgroeit. Hij gedijt juist in redelijk helder water, met niet al te veel andere begroeiïng.
Hij heeft lang op de Rode Lijst van bedreigde planten gestaan, maar sinds een jaar of tien komt hij weer wat vaker voor. Toch is hij het waard om beschermd te worden.
Sinds een paar jaar komt de zwanenbloem voor op tuinpark de Bretten, in de sloot langs de zuidkant (de Elsensingel). Hij groeit ter hoogte van de tuinen nummer 63, 64 en 65, en hij zou zich verder kunnen verspreiden.
De zwanenbloem vermeerdert zich hoofdzakelijk door horizontale groei van de wortelstok, waaraan steeds nieuwe groeipunten ontstaan. Maar na de bloei vormen zich in de bloemschermen ook zaden, waardoor de stengel topzwaar wordt en omvalt. En dan kan er zomaar weer een nieuwe zwanenbloem ontkiemen, een meter verderop.
Bij het maaien van de oever kan je hem gemakkelijk onderscheiden van riet en andere oeverplanten. De bloemstengel is glad en rond, zonder zijtakken of blad.
Het blad komt op vanuit de wortelstok, en groeit vrijwel recht omhoog. De doorsnede van het blad is driehoekig, en die hoeken kunnen behoorlijk scherp aanvoelen. De punt van het blad is meestal een beetje gedraaid.
Dus als je aan het werk bent op de oever, let dan goed op wat je weghaalt. Er groeit een bijzondere plant op ons tuincomplex. Laten we er zorgvuldig mee omgaan.